Om tot je Bestemming te komen

In 1985 maakte ik kennis met de Nikola-kommuniteit in Utrecht. De aanleiding was niet feestelijk: ik had een tijdelijk onderdak nodig omdat mijn huwelijk in een crisis was geraakt. De nood bleek een ‘blessing in disguise’. Ik ondervond in de kommuniteit de helende kracht van Gebed, Gemeenschap en Gastvrijheid. Dat zijn de drie samenbindende krachten die deze oecumenische leefgemeenschap behartigt én samenbindt.
Drie maal per dag samenkomen om te bidden. Dagelijks eten mensen samen aan de gemeenschappelijke tafel.
Gastvrijheid ondervinden als kwetsbare vreemdeling, en zo Christus mogen representeren voor de leden van de gemeenschap die gasten onderdak bieden en ruimte om tot zichzelf te komen.

Het kloosterlijke van dit leven was me niet helemaal vreemd, al eerder had ik in Friesland meegedaan met het ‘Oecumenisch jongerenklooster Lichtaard’, net als de Nikola-kommuniteit geïnspireerd door de broeders in Taizé.
Ik kwam hier thuis en besloot na enige tijd om me aan te sluiten. Sindsdien is er veel geleefd en geleden, gevierd en betreurd. Maar wat bleef was steeds het samenspel tussen de drie ‘G’s: we bidden drie maal per dag het getijdengebed, we ontmoeten elkaar aan tafel, in de gemeenschapsruimte en tijdens bijeenkomsten en we ontvangen gasten die, net als ik destijds, tijdelijk een onderkomen nodig hebben om hun leven weer op de rail te krijgen. We willen samen een ruimte vormen om tot je Bestemming te komen. Zo staat het geformuleerd in onze ‘regel ‘, die in strikte zin geen regel is.

Het zijn 52 korte, poëtische samenvattingen van de innerlijke houding die nodig is om tot je Zelf, je Bestemming, te komen. Geschreven door onze inmiddels overleden broeder Edwin, die als protestantse theologiestudent een monniksroeping ervoer en daar vorm aan gaf. Een monastiek experiment met een oecumenische inslag, geïnspireerd door de ervaringen in de diverse kloostertradities.
De getijden geven structuur aan de hele dag. En ze relativeren spanningen en kleinzieligheden. We worden herinnerd aan onze éénheid. We maken deel uit van één onuitputtelijk Verband. Dat zou je al levend steeds bijna vergeten.
Bidden en beminnen. Daar gaat het om.

Of het idee van ‘klooster in de cloud’ datzelfde kan uitwerken weet ik niet. In de ‘cloud’ kun je geen fysieke gemeenschap ervaren. Om zielsverwanten te ontmoeten moet je elkaar toch regelmatig in de ogen kunnen zien, die weerspiegelen immers de ziel. Maar het is goed om een ruimte vorm te geven die ons eraan herinnert dat we op Weg zijn naar onze Bestemming. En dat er tochtgenoten zijn. En dat de ziel van alles wat we doen is gelegen in ons hart, onze binnenkamer. En dat de Protestantse Kerk een hart en ziel hard nodig heeft. Om tot onze Bestemming te komen.