Ik heb een gat in mijn ziel
en als ik God zeg
dan wordt die leegte ruimte
met de liefde als midden.

Met deze woorden opende ik mijn motivatie om me te verbinden aan de derde orde van de Karmelieten. Na een traject van drie jaar had ik het nog een jaar of drie uitgesteld voor ik daadwerkelijk in een viering mijn gelofte deed. Want ach, ik had mijn plek al wel gevonden in de karmelitaanse spiritualiteit en om je nou te verbinden aan zo’n regel….
In de dagen voordat ik mijn gelofte aflegde probeerde ik woorden te vinden voor wat de regel in me opriep. Dat was op zichzelf een waardevolle oefening. Midden in de Karmelregel staat het zinnetje: ‘met de liefde als midden’. Zo wil ik graag leven dacht ik, met de liefde als midden!
De dag dat ik mijn gelofte deed zei ik o.a. het volgende:

(…) Het verhaal gaat dat Michelangelo tijdenlang naar een stuk marmer kon kijken en dan zag welk beeld er in zat. Hij zei dat hij alleen nog maar het overtollige steen weg hoefde te hakken en dan was het beeld er. In het vormingstraject kwam ik dat tegen als metafoor voor de Karmeliet. Men maakt geen Karmelieten, men ontdekt dat er een in je zit.
Er zal bij mij nog heel wat weggehakt moeten worden voor het echt zover is, maar ik ben me thuis gaan voelen in de geestelijke ruimte van de Karmelregel. De spiritualiteit van de Karmel helpt mij mijn eigen roeping te verstaan.
Als de Eeuwige zegt: ‘Ik ben die Ik ben’ dan ligt daar in de uitdaging voor ons mensen om te worden wie wij bedoeld zijn.
Geschapen naar Gods beeld, op liefde gebouwd zijn wij. En als uniek mens ben je de enige die jou kan worden. Zo weet ik me geroepen, Reintje te worden. En roeping is geen klus, roeping is ontwaken. Zoals vroeger als mijn vader of moeder me riep om op te staan. Langzaam dringt tot je door dat dit voor jou bedoeld is.
Daarom wordt het tijd om te zeggen: hier ben ik.
Als puber trok ik eens in een periode van ziekte de conclusie dat God niet bestond of dat ik niet deugde, want ik had wel gebeden maar was niet genezen. Er kwam geen antwoord en God leek een gedachtespinsel van mensen, van mij te zijn. Maar ik verveelde me te pletter en ging dan toch maar weer bidden en al weet ik dat mijn ziekte altijd weer op kan spelen het is me gegeven – o, genade- dat als ik bid, dat het niet meer mijn wereld is, die ik schep, maar dat ik opgenomen wordt in de werkelijkheid die mij geschapen heeft.
Geloven is voor mij ten diepste bidden en beminnen. Ik heb ontdekt dat het er voor mij niet om gaat God te zoeken maar mijn leven zo in te richten dat er momenten kunnen zijn van vinden en gevonden worden. Ik zal steeds weer de stilte moeten zoeken, om geënt te blijven in de liefde. Als ik -zo soms even- mijn bestemming vind, mens van God te zijn, de mens die ik bedoeld ben, is het alsof hemel en aarde elkaar raken. Gij in mij en ik in U. Zo’n plaats wil ik zijn. Nooit voel ik mij minder belangrijk dan zo, maar tegelijkertijd voel ik me meer gekend dan ooit.
We zongen: Geef mij een mens, die mij bij mijn naam noemt, die Jou met mij deelt. Dat verlangen is in de Karmel in vervulling gegaan. Ik ben dan ook dankbaar in verbondenheid met jullie te mogen leven.
Mens word je te midden van mensen. Nergens groeit een mens zo aan als aan de liefde. (…)

Die dag noemde ik voor het eerst: bidden en beminnen als het meest wezenlijke van geloven. In 2015 bleek ik opnieuw ernstig ziek, ik heb die zomer vele uren per dag, in het donker op bed gelegen en langzaam rijpte de wens om wat ik bij de broeders en zusters van de Karmel geleerd had vruchtbaar te maken voor de Protestantse Kerk. Als protestanten hebben we de monastieke inspiratie te lang verwaarloosd en ik vind niet dat we hoeven te kopiëren wat in een of ander klooster gebeurt maar dat we een eigen vorm mogen ontwikkelen, die past bij ons Protestantse charisma.
Eerdere ideeën kregen hun plaats in het plan en zo vormde zich de Getijdengemeenschap ‘de Binnenkamer’ met het virtuele ‘Klooster in de Cloud’, tezamen verbonden door een regel.
De regel is eenvoudigweg ‘Bid en bemin’ geworden. Kort en krachtig. De toelichting geeft een waardevolle aanvulling. Ik nodig iedereen uit om de oefening te doen om eigen woorden te vinden bij wat ‘bid en bemin’ ten diepste teweegbrengt.